Het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzocht onze betrokkeheid bij onze buurt. De uitkomsten:
12% zou het liefst de buurt verlaten
20% zegt dat de mensen in hun buurt elkaar nauwelijks kennen
43% heeft veel contact met andere buurtbewoners
58% woont in ee ngezellige buurt met veel saamhorigheid
63% heeft veel contact met directe buren
&*% voelt zich thuis
85% is tevreden met de samenstelling
84% zegt dat de mensen graag emet elkaar omgaan.
(Bron: CBS, De Nederlandse Samenleving 2007 uit IkeaFamily)
Dit doet me denken aan het volgende verhaal:
Hoe gaat het in uw stad?
Er was eens een oude en zeer wijze man. Elke dag was hij gewoon vóór een benzinestation in zijn schommelstoel te zitten wachten om de automobilisten te begroeten als ze door zijn stadje trokken. Op deze dag knielde zijn kleindochter bij zijn stoel neer en bracht langzaam de tijd met hem door.
Terwijl ze daar zaten en de mensen zagen komen en gaan, bezon een lange man die een toerist moest zijn – aangezien zij iedereen in de stand kenden – om zich heen te kijken alsof hij het gebied aan het verkennen was, op zoek naar een plaats om te wonen. De vreemdeling liep naar hem toe en vroeg “wat voor een stad is dit hier? “ de oudere heer draaide zich langzaam naar de man toe en antwoordde: “Wel, uit wat voor een stad komt u?: De toerist zie: “in de stad waar ik vandaan kom hebben de mensen veel kritiek op elkaar. De buren roddelen allemaal over iedereen en het is echt geen fijne plaats om er te wonen. Ik ben echt blij dat ik er wegga. Het is er niet gezellig.” De man in de stoel keek naar de vreemdeling en zie “weet u, in deze stad is het precies eender.”
Een uur of wat later stopte een gezin dat ook op doorreis was om te tanken. De auto kwam langzaam aanrijden en rolde tot aan de plek waar de oude man en zijn kleindochter zaten. De moeder sprong met twee kleine kinderen naar buiten en vroeg waar de toiletten waren. De man in de stoel wees naar een klein verbogen bordje dat maar aan één spijker hing aan de kant van de deur. De vader stapte uit de wagen en vroeg de man ook: “is deze stad een aardig plaatsje om te wonen?” De man in de stoel antwoordde: “Hoe zit het met de stad waar u vandaan komt? Hoe is het daar?” De vader keek hem aan en zie: “Wel, in de stad waar ik vandaan kom, is er een hechte band tussen de mensen en ze zijn altijd bereid hun buren een handje te helpen. Overal waar je komt zegt men hallo en dank je wel. Ik vind het echt heel erg om daar weg te gaan. Ik heb het gevoel alsof we familie achterlaten.” De oudere heer draaide zich om naar de vader en glimlachte hartelijk naar hem “Weet u, dat lijkt heel veel op deze stad.” Toen ging het gezin terug naar de auto, zei, dank je wel, zwaaide naar hen en reed weg.
Toen het gezin reeds op verre afstand was, keek het kleinkind op naar haar grootvader en vroeg: “Opa, hoe komt het dat toen de eerste man onze stad binnenkwam u hem zei dat het een afschuwelijke plaats was om er te wonen, en toen dat gezin de stad binnenkwam u hun vertelde dat het een fantastische plaats was om er te wonen?” De grootvader keek liefdevol in de vragende blauwe oogjes van zijn kleindochter en zei: “het geeft niet waar je naartoe verhuist, je neemt je eigen houding en gedrag mee en dat maakt een stad verschrikkelijk of fantastisch.”
vrijdag 8 februari 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen